Lesmateriaal bij Ajas van Sofokles

In oktober 2000 en november 2006 bezocht het Dominicus College een uitvoering van Sofokles' tragedie Ajax (resp. gespeeld door FACT en Noord Nederlands Toneel). Hieronder staat het materiaal dat in de lessen KCV gebruikt is om het bezoek aan de voorstelling voor te bereiden en te verwerken.

 

[Tekst tussen [ ] = opmerkingen voor de docent]

 

A. Internet-opdracht: hoe ingewijd in de mythologie is de FC Ajax?
Inventariseer hoeveel aandacht de officiële FC Ajax-site en andere fansites van dit voetbalclubje besteden aan de mythologische achtergronden van de naam van hun club.
 

B. Enkele Ajas-passages bij Homeros [tekst in vertaling zelf erbij kopiëren/scannen]

Inventariseer in deze fragmenten de volgende aspecten van Ajax bij Homerus: a. zijn eigenschappen, met speciale aandacht voor de Homerische vergelijkingen over hem; b. zijn relaties met Agamemnon, Menelaos en Odysseus

[aan de hand van deze opdracht kun je goed aandacht besteden aan de Homerische held]

Ilias 7.157-322 De strijd is tijdelijk stilgelegd. Hektor heeft de Grieken tot een duel van één op één uitgedaagd. Als niemand van de Grieken zich aanmeldt, houdt de oude Griek Nestor een toespraak waarin hij vertelt over een tweegevecht dat hij ooit met succes was aangegaan. Hij besluit zijn speech als volgt:

Ilias 9.622-657 Ajas maakt deel uit van het gezantschap dat Achilles moet overhalen weer aan de strijd deel te nemen. Odysseus en Phoenix hebben al geprobeerd Achilles om te praten, maar hij is nog steeds van plan de volgende de dag terug te keren naar zijn vaderland.

Ilias 11.544-574 Tijdens een veldslag worden de Grieken sterk in de verdediging gedreven.

Ilias 14.393-439 Tijdens een veldslag.

Ilias 15.560-565 Peptalk door Ajas

Ilias 17.108-137 Menelaos ziet zich genoodzaakt de verdediging van het lijk van Patroklos tijdelijk op te geven en hulp te gaan halen

Ilias 17.274-318 De strijd om het lijk van Patroklos wordt in volle hevigheid voortgezet.

Odyssee 11.541-564 Odysseus vertelt hoe hij in de onderwereld de schim van Ajas tegenkwam

 

C. Verhalen rond Odysseus

[Deze opdracht is onontbeerlijk voor opdracht D: bij Ovidius gaan Odysseus en Ajax allebei in op details van Odysseus' functioneren voor en tijdens de Trojaanse oorlog]

Kies één van de daden van Odysseus hieronder. Het gaat niet over het Paard van Troje of zijn zwerftochten op weg naar huis, maar om minder bekende voorvallen voor of tijdens de Trojaanse oorlog. Probeer met behulp van Internet of mythologieboeken duidelijk te krijgen wat het verhaal en Odysseus' rol daarin inhouden. Zorg dat je het verhaal zo duidelijk en boeiend mogelijk in een paar minuten aan de klas kunt vertellen. Vergeet daarbij niet een inleiding op de situatie en de betrokken personages. [Andere presentatievorm: stukje tekst digitaal in laten leveren, alles onder elkaar zetten op een A4-tje en uitdelen ter lezing]. Keuzeonderwerpen: 1 Zoon van Sisyphus?; 2 Odysseus probeert de oorlog te ontlopen; 3 Achilles op Skyros; 4 Philoctetes; 5 Palamedes; 6 Dolon; 7 Rhesus; 8 Helenus; 9 Palladium; 10 Thersites.

 

D. Ajax versus Odysseus bij Ovidius

Het staat niet meer in de Ilias van Homerus, maar het is wel heel bekend: Achilles sterft door een pijl van Paris in zijn Achilleshiel. De Grieken weten zijn wapenrusting te redden. Die wordt als prijs uitgeloofd aan de meest waardevolle man in de Griekse gelederen. Odysseus en Ajax maken kans, elk om heel verschillende redenen. Allebei praten ze in op de legerleiding. De Latijnse dichter Ovidius doet in zijn Metamorfosen uitgebreid verslag van de woordenstrijd. Aan de hand van deze opdracht inventariseer je hun argumenten. [Let op: de opdracht bevat ook een antwoordmodel!] [Mooie gelegenheid om het oerepos van Homerus en het kunstepos van Ovidius met elkaar te vergelijken]

 

E. Inleiding op Griekse tragedie

eventueel aan de hand van onderdeel B t/m D van het stappenplan zoals aangeboden bij Ifigeneia in Aulis.

 

F. Lezen en bestuderen van Aias

[Tekst: Sofokles Aias, vert. Koolschijn en Sicking. Regelnummers toegevoegd, waarbij iedere regel met spreektekst = 1 regel; totaal 1420 regels. Voor de zekerheid: opkomst koor begint bij r.134, eerste akte bij 201, tweede koorlied bij 596, tweede akte eerste scène bij 646, danslied bij 693, tweede akte tweede scène bij 719, derde akte bij 815, vierde akte bij 977, derde koorlied bij 1185, vijfde akte bij 1223]

Lees nu het toneelstuk dat Sofokles over het einde van Ajas geschreven heeft.

Maak tijdens of na het lezen de onderstaande vragen.

[Stukken klassikaal lezen met rolverdeling is ook leuk, maar niet echt op z'n Tweede Fase]

[2 slu lezen, 2 slu maken, 1 slu nakijken; alternatief: 5 slu samen lezen en bespreken]

[Docenten die een antwoordmodel bij deze vragen willen hebben, kunnen zich wenden tot ]

 

VERWERKINGSVRAGEN

Proloog
1. Vat in een paar zinnen de gebeurtenissen in de proloog samen. Doe dit op een aparte bladzijde, zodat je de samenvattingen van de komende aktes eronder kunt schrijven.
2. Wat is de belangrijkste nieuwe informatie die Odysseus van Athene krijgt?
3. Wat zouden de slotwoorden van Athene (127-133) te maken kunnen hebben met de situatie waarin men zich in het toneelstuk bevindt?
4. Wat vind je van de opstelling van Athene? Licht je antwoord toe met verwijzing naar de tekst.

Opkomst koor (parodos) en eerste koorlied (stasimon)
Aantekening bij 190: er gingen verhalen dat Antikleia, vóórdat ze trouwde met Laërtes, door Sysifos (van de Sysifosarbeid) al zwanger gemaakt was van Odysseus.
5. Welk Nederlands spreekwoord kennen wij voor wat er gezegd wordt in 155-158?
6. Vat het verwijt samen dat het koor in het recitatief maakt aan het adres van diegenen die Aias beschuldigen.
7. In de strofe suggereert het koor dat Artemis of misschien Ares de aanstichtster is van Aias’ waanzin. Waarom zou Artemis dat dan gedaan hebben volgens de tekst?

Eerste akte (epeisodion)
8. Vat de gebeurtenissen in dit epeisodion in enkele zinnen samen.
9. Welk meningsverschil hebben het koor en Tekmessa in 263-277?
10. Wat vind je van de omgang van Aias met Tekmessa zoals die naar voren komt in Tekmessa’s ‘bodeverhaal’ in 284 e.v.?
11. 346-47. Wat zou hiervan in het oud-Griekse theater daadwerkelijk op het toneel te zien zijn geweest?
12. In 364 e.v. en 379 e.v. blijkt duidelijk dat Aias zich laat leiden door de principes van de shame-culture. Leg dit uit.
13. Leg uit wat Aias zegt in 430-31.
14. In zijn monoloog vanaf 430 overweegt en verwerpt Aias twee mogelijk acties die hij nu zou kunnen ondernemen. Welke?
15. Met welke twee argumenten probeert Tekmessa in 485-524 Aias van zijn zelfdestructieve plannen af te brengen.
16. 575: ‘dat jou je naam gaf.’ Zoek de betreffende Griekse woorden op in een woordenboek.
17. 581-582. Wat is in werkelijkheid a. bezweringen b. kwaal c. mes

Tweede koorlied (stasimon)
18. Welke tegenstellingen worden in de eerste strofe geschetst?
19. In welk opzicht verschilt het mediterrane rouwbetoon zoals te vinden in strofe 2 (621 e.v.) met dat van ons tegenwoordig.
20. De mening van het koor in de tweede antistrofe (m.n. 635-6) is tegengesteld aan het standpunt dat zij eerder uitten. Waar in de tekst uitten zij dat standpunt?

Tweede akte (epeisodion), eerste scène
21. Vat de gebeurtenissen in dit epeisodion in enkele zinnen samen.
22. Een belangrijk thema in deze monoloog is ‘verandering’. Met welke 4 (voor)beelden illustreert hij dit principe?
23. Aias lijkt veranderd in een gedwee en vergevingsgezind iemand, maar hier en daar voel je nattigheid. Citeer drie onheilspellende uitspraken.

Danslied
24. Wat heeft het koor te vieren?

Tweede akte (epeisodion), tweede scène
25. Vat de gebeurtenissen in dit epeisodion in enkele zinnen samen.
26. In 759-60 vindt je een goede definitie van het begrip (hybris, overmoed): ‘wanneer iemand, als mens geboren, zich vervolgens meer aanmatigt dan een mens toekomt.’ En in 758 vindt je hoe het afloopt met hen die hybris vertonen: deze mensen ‘worden door de goden zwaar ten val gebracht’. Op welke twee momenten heeft Aias zich volgens het vervolg van deze passage aan hybris schuldig gemaakt?

Derde akte (epeisodion)
Uit de laatste woorden van Tekmessa en van het koor in de tweede akte moeten we concluderen dat zij van het toneel af zijn. Het komt bijna nooit voor in Griekse tragedies dat het koor na de parodos het toneel (de orchestra) nog verlaat. We zien nu Aias op een andere plaats dan waar het stuk zich tot nu toe afspeelde.
27. Vat de gebeurtenissen in dit epeisodion in enkele zinnen samen.
28. Hoe heeft Aias zijn zelfmoord technisch voorbereid?
29. Welke goden/goddelijke figuren roept Aias aan en waarom?
30. In 865 komt het koor terug het toneel op op zoek naar Aias. Het heeft nogal wat moeite om hem te vinden. Welke uitspraak van Aias in het voorafgaande had het op het goede spoor kunnen brengen?
31. 898-99: Welke, voor de Griekse tragedie ongebruikelijke, conclusie moeten we hier wel trekken over wat er op dit moment op het toneel te zien is?
32. Wat is, puur qua vorm, de relatie tussen de eerste t/m derde strofe (879-914) en de eerste t/m derde antistrofe 925-960?
33. Wat heeft de algemene uitspraak in 964-5 te maken met de concrete situatie in het stuk?

Vierde akte (epeisodion)
34. Vat de gebeurtenissen in dit epeisodion in enkele zinnen samen.
35. Welke persoonlijke problemen voor Teukros brengt Aias’ dood met zich mee volgens zijn speech vanaf 992?
36. 1037-38: Door welk wonderlijk, nauwelijks door toeval te verklaren feit komt Teukros tot deze conclusie?
37. 1052 e.v. Wat is Menelaos’ argument om Aias een begrafenis te onthouden?
38. 1093 e.v. Wat is Teukros’ tegenargument?
39. Leg uit dat Menelaos’ woorden in 1120 denigrerend bedoeld zijn.
40. Wat is, blijkens de woorden van Teukros in 1168 e.v., de functie van de haarlok?

Derde koorlied (stasimon)
41. Net als in zijn tweede lied (596 e.v.) zingt het koor hier over de ellende van Troje gesteld tegenover feestelijke en paradijselijke vaderland (Salamis lag dicht bij Athene). Wie wordt hier voorgesteld als aanstichter van de ellende?
42. Verzin een passende en pakkende titel voor dit stasimon.

Vijfde akte (epeisodion)
43. Vat de gebeurtenissen in dit epeisodion in enkele zinnen samen.
44. Wat is de kern van Agamemnons betoog (1226-1262)?
45. Wat is de kern van Teukros’ antwoord?
46. 1281 e.v. In welk boek van de Ilias staat dit beschreven.
47. 1356: ‘Het lijk van een vijand ontzien’. Wat houdt dit in de praktijk in?
48. De soepele, ‘menselijke’, houding van Odysseus komt niet als een complete verrassing. Welke uitlatingen van hem uit de proloog hebben de kijker er al op voorbereid?
 

Algemeen

49     Lees Synopsis (H.4, par.7) / Forum (H.2, par.1.7) over Aristoteles' opvattingen over tragedie en beschrijf hoe je de volgende verschijnselen herkent in Ifigeneia in Aulis.

Bij Forum:         a.       peripetie    b.  geschikte hoofdpersoon    c.hamartia    d. Heb je zelf wel eens iets gevoeld dat op een katharsis zou kunnen lijken?

Bij Synopsis:    a.       mimesis    b.  anagnorisis    c.peripeteia   d.  eleos/fobos waarvoor?   e. geschikte hoofdpersoon     f. Heb je zelf wel eens iets gevoeld dat op een katharsis zou kunnen lijken?

 

G. Recensie van de voorstelling

 

Schrijf een recensie van de voorstelling die we bezoeken, waarin je je persoonlijke oordeel geeft over de voorstelling. Jullie kennen het toneelstuk waarop de voorstelling (op zijn minst) gebaseerd is ondertussen goed genoeg om een gefundeerd oordeel te kunnen vellen. Let op de volgende geboden, opmerkingen en tips:

 

 

Studielast: 2 uur

Uiterste inleverdatum: ................