Afkortingen in inscripties en op munten

Omdat de ruimte op een munt beperkt is, was het nodig afkortingen te gebruiken voor namen en titels. Onderstaande lijst is niet volledig; een aantal afkortingen die veel voorkomen en die voor de tijd van Augustus belangrijk zijn, staat erin. Je ziet steeds de volledige Latijnse term met ernaast een verklaring in het Nederlands. De letters die de afkorting vormen zijn vetgedrukt, waarbij de hoofdletters altijd voorkomen, de kleine letters soms (en soms zijn er nog meer varianten).


Romeinse namen bestaan uit drie delen: voornaam, achternaam (familienaam) en bijnaam. Keizer Trajanus (98-117) heette bijvoorbeeld voluit: Marcus Ulpius Trajanus. Deze namen werden vaak afgekort. Alleen voor de voornaam zijn hiervoor regels te geven:
Aulus, Decimus, C=Gaius, CN=Gnaeus, Lucius, Marcus, Publius, Quintus, SERvius, SEXtus, Spurius, TIberius, Titus, APpius.
Vaak wordt de (voor)naam van de vader ook genoemd: Auli Filius = zoon van Aulus. N.B. Zoon van Caesar = divi filius, ‘zoon van de (ver)god(delijkte)’

Republikeinse en keizerlijke ambten en titels:
AUGustus (vrouwelijk: Augusta): ‘de Verhevene’, eretitel voor de keizer en zijn familie.
CAESar: familienaam van het huis van Augustus en zijn eerste opvolgers; door latere keizers als titel overgenomen [en zodoende geworden tot césar, Kaiser, keizer etc.]
COnSul: consul
DIVus/-i/-o: (ver)goddelijk(t)
IMPerator: opperbevelhebber [het Engelse emperor, ‘keizer’ komt hier vandaan]
Pater Patriae: ‘Vader des vaderlands’
Pontifex Maximus: opperpriester [later de officiële titel van de paus]
TRibunicia Potestate: (met) de macht van volkstribuun
III VIR(I): Lid/leden van een commissie van drie
met de toevoeging: Rei Publicae Constituendae (tot behoud/herstel van de staatsorde) wordt er het driemanschap Octavianus - Antonius - Lepidus mee bedoeld.
met of zonder de toevoeging AAAFF gaat het om de commissie van muntmeesters: (Tresviri) Aere Argento Auro Flando Feriundo, ‘commissie van drie voor het vervaardigen van koperen, zilveren en gouden munten’. De naam die er dan bij staat is die van een muntmeester.
GERmanicus, DACicus: voorbeeld van een eretitel overgehouden aan een gewonnen oorlog, in dit geval tegen de Germanen of de Daciërs.

Toevoegingen aan ambten en titels:
I, II, III / primum, ITERum, TERtium etc.: voor de 1e, 2e, 3e etc. maal in deze functie.
PERpetuus: voor altijd in deze functie
DESignatus: aangewezene, toekomstig bekleder van dat ambt

Andere zaken, vaak op de keerzijde van de munt (als toelichting op de afbeelding):
Senatus Consulto: volgens advies van de senaat (officiële goedkeuring; nodig bij bronzen munten)
Senatus PopulusQue Romanus: Senaat en volk van Rome, d.w.z. de hele Romeinse staat.
Namen van gebieden, soms afgekort (ARMenia, GERMania), soms met CAPta, ‘veroverd’.
SIGnis RECeptis: ‘(ter gelegenheid van) het terugkrijgen van de veldtekens’